Vanaf 1 september 2016, is er een nieuw systeem van “juridische tweedelijnsbijstand” in werking.

Dit regelt wie onder welke voorwaarden in aanmerking komt voor een pro deo advocaat. De vernieuwingen raken de positie van de minvermogende burger die beroep wil doen op een advocaat.

Een belangrijke vernieuwing is dat een pro deo advocaat niet altijd meer volledig gratis is. Je moet vanaf 1 september 2016 immers “remgeld” van 20 euro betalen per aanstelling van een pro deo advocaat en 30 euro per gerechtelijke procedure waarbij deze advocaat eventueel zou optreden (per “aanleg”). Slechts in een beperkt aantal omschreven gevallen (bv. bij minderjarigen of voor de opstart van een procedure collectieve schuldenregeling) is een vrijstelling van deze bedragen toepasselijk.

Als slechts een “gedeeltelijke” kosteloze juridische tweedelijnsbijstand wordt toegekend rekening houdende met de financiële toestand van betrokkene (zie verder), moet hierbovenop ook een bedrag tussen 25 en 125 euro aan de pro deo advocaat betaald worden.

Ook nieuw is dat de inkomsten en het vermogen steeds in rekening worden gebracht bij het onderzoeken van de vraag of iemand recht heeft op een pro deo advocaat.

Het automatische recht op een pro deo advocaat voor bepaalde categorieën (bv. leefloners of gedetineerden) werd geschrapt. Indien blijkt dat een aanvrager toch zelf voldoende middelen heeft om een advocaat te betalen, maakt hij/zij geen aanspraak meer op een pro deo advocaat. Hierbij wordt niet enkel gekeken naar het netto-maandinkomen maar bv. ook naar spaargelden, opbrengsten uit onroerende goederen, enz… Ook “tekenen en aanwijzingen waaruit een hogere graad van gegoedheid blijkt dan uit de aangegeven bestaansmiddelen” (bv. een luxewagen) worden mee in rekening gebracht. De kinderbijslag en de enige en eigen woning worden echter buiten beschouwing gelaten.

Dit geldt nu ook voor de doelgroepen die vroeger steeds recht hadden op een pro deo advocaat (bv. leefloners of gedetineerden). Alleen de minderjarigen vormen hierop een uitzondering: zij kunnen nog altijd beroep doen op een pro deo advocaat ongeacht hoe hun financiële situatie eruit ziet.

Voor personen met een overmatige schuldenlast, leiden deze vernieuwingen tot het volgende:

  • Voor de opstart van een collectieve schuldenregeling (opmaak verzoekschrift), zal ook gekeken worden naar de inkomsten, het vermogen èn eventuele tekenen/aanwijzingen waaruit een “hogere graad van gegoedheid blijkt” teneinde te bepalen of zij al dan niet recht hebben op een pro deo advocaat.

  • Net zoals vroeger het geval was, wordt bij de bepaling van de inkomstengrenzen voor het recht op een pro deo advocaat nog steeds rekening gehouden met “de lasten die voortvloeien uit een buitengewone schuldenlast”.

  • Indien een persoon met overmatige schuldenlast aldus recht zou blijken te hebben op een pro deo advocaat, zal hij/zij voor de opmaak van een verzoekschrift collectieve schuldenregeling de hierboven vermelde forfaitaire vergoedingen niet moeten betalen.

  • Opvallend: personen die reeds toegelaten zijn tot de collectieve schuldenregeling, worden niet meer vermeld als bijzondere categorie. Het loutere statuut “collectieve schuldenregeling” volstaat dus niet meer om aanspraak te maken op een pro deo advocaat.

Bij iedere Pro Deo aanvraag dient een aanvraagformulier ingevuld en ondertekend te worden door de aanvrager. Dit formulier kan je vinden in bijlage.

Tot slot: Via de website van de Orde van Vlaamse Balies (www.advocaat.be) kan je gericht een advocaat te zoeken volgens de zoektermen “schulden”, “schuldbemiddelaar”, “collectieve schuldenregeling” en/of “schuldbemiddeling”.

Merk wel op dat deze website in de rubriek “Consumenten en geldproblemen” enkel de procedure collectieve schuldenregeling vermeldt. Schuldenproblemen kunnen in de praktijk uiteraard ook op een andere manier opgelost worden, bv. via betalingsfaciliteiten (wetgeving consumentenkrediet) of via een “onbeperkt uitstel van invordering” (belastingschulden).

Op de website van de Orde van Vlaamse Balies kan je overigens ook de “Codex Deontologie voor Advocaten 2.0” terugvinden, deze treedt ook vanaf 1 september 2016 in werking.

In art. 89 hiervan kan je bv. lezen: “De advocaat die geconsulteerd wordt door een cliënt en vermoedt of weet dat de cliënt in aanmerking komt voor juridische tweedelijnsbijstand, is verplicht de cliënt hierover te informeren.”

« Vorig | Volgend »